Dinsdag 17 september 2019

ONDERNEMEND SBM Advocaten adviseert over: Is een verlaging/nihilstelling van partneralimentatie na verloop van tijd mogelijk?

VLEUTERWEIDE > Het zal u niet ontgaan zijn dat met ingang van 1 januari 2020 de termijn waarover partneralimentatie moet worden betaald, wordt verkort naar maximaal 5 jaar (uitzonderingen zoals een langdurig huwelijk of een huwelijk met jonge kinderen daargelaten). Deze regelgeving geldt echter enkel voor gevallen waarvan het verzoekschrift tot vaststelling van de partneralimentatie is ingediend na 1 januari 2020. De komende jaren hebben we dus nog steeds te maken met de gevallen waarin de langere alimentatieduur geldt.

Regelmatig wordt er gevraagd naar mogelijkheden om de duur van alimentatie te verkorten of het bedrag na verloop van tijd naar beneden bij te stellen. Hier zijn in beginsel mogelijkheden voor, echter zal er behoorlijk wat gesteld en bewezen moeten worden om dit voor elkaar te krijgen. Laat ik beginnen bij het begin: de behoefte. De grondslag voor partneralimentatie is - en blijft ook in de nieuwe wetgeving - de lotsverbondenheid. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat bij het bepalen van de mede aan de welstand gerelateerde behoefte van de alimentatiegerechtigde rekening dient te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder zowel de inkomsten als het uitgavenpatroon in de laatste jaren van het huwelijk. Als uitgangspunt voor het vaststellen van de behoefte, geldt derhalve het welstandsniveau ten tijde van het huwelijk. De vraag kan dan zijn of de behoefte kan ‘verbleken’ naarmate de tijd verstrijkt tussen de echtscheiding en de (nieuwe) vaststelling van een partneralimentatie, met als argument dat de lotsverbondenheid na de scheiding door tijdsverloop afneemt. In een situatie waarin de alimentatiegerechtigde al enige tijd van een lager bedrag rond heeft moeten komen, zou gesteld kunnen worden dat de alimentatiegerechtigde inmiddels gewend is geraakt aan dat lagere welstandsniveau en dat de behoefte en daarmee de partneralimentatie daarop aangepast kan worden. De Hoge Raad heeft echter in een arrest van 9 maart 2018 bepaald dat het verbleken van behoefte enkel door middel van tijdsverloop niet kan. Bij de vaststelling van de behoefte dient rekening te worden gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval. Enkel tijdsverloop na beëindiging van het huwelijk is niet bepalend voor de vaststelling van de behoefte, maar tijdsverloop kan wel gelden als een relevante bijkomende omstandigheid.

Wat namelijk wel het geval is, is dat aan een alimentatiegerechtigde, naarmate de tijd verstrijkt, hogere eisen gesteld worden aan het benutten van de verdiencapaciteit. Kortom er wordt van een alimentatiegerechtigde zeker na verloop van tijd verwacht dat deze zijn/haar verdiencapaciteit gaat vergroten en benutten, waardoor de behoeftigheid kan afnemen. Deze verdiencapaciteit zal wel aangetoond moeten worden door de alimentatieplichtige.

Enkel tijdsverloop is derhalve niet voldoende voor het verbleken van de behoefte van een alimentatiegerechtigde, maar door de hogere eisen, die zeker na verloop van tijd aan het benutten van de verdiencapaciteit van de alimentatiegerechtigde worden gesteld, staat de deur naar een verlaging van de partneralimentatie na verloop van tijd wel op een kier.

Andrea Begthel (advocaat)

Wilt u meer informatie ontvangen over dit onderwerp, dan zijn wij u graag van dienst!

SBM Advocaten I Middenburcht 136 I 3452 MR Vleuten (Utrecht)

T: 030-7555383 I E: leidscherijn@sbmadvocaten.nl I W: www.sbmadvocaten.nl

REAGEER OP DIT BERICHT

REACTIE PLAATSEN



© 2016 - VARnws - Alle rechten voorbehouden