Donderdag 19 september 2019

ONDERNEMEND SBM Advocaten adviseert over: ‘Kafkaiaanse’ omgevingsvergunningprocedure

VLEUTERWEIDE > Een jonge fruitteler die zich flink in de schulden heeft gestoken, is dit jaar ook door aantoonbaar onjuiste toepassing van regelgeving door een gemeente de voet dwars gezet. Hij wilde weidepaaltjes zetten waartussen geleidedraad wordt gespannen ten behoeve van zijn frambozenstruiken. Deze zgn. teeltondersteunende voorziening is toegestaan in het bestemmingsplan. De fruitteler wilde dit echter doen op een weiland op 200 meter afstand van een fort dat deel uitmaakt van de Hollandse Waterlinie. Dat leidde tot grote weerstand. Elk fort is immers cultureel erfgoed en het open karakter nabij het fort moet met alle middelen worden beschermd. Dit resulteerde vanaf december 2018 tot eind maart 2019 tot oeverloos gepraat en onduidelijkheid. Het teeltseizoen laat echter niet op zich wachten en daarom besloot de fruitteler begin april alvast te beginnen met de gedachte dat de vergunning er wel zou komen. Fout gedacht. Binnen een dag was handhaving in staat om een spoeddwangsombesluit op te leggen. Diezelfde dag werd door de fruitteler alsnog een aangepaste vergunning aangevraagd, die 100% overeenkomt met datgeen dat het bestemmingsplan toestaat. Dit betrof een vergunning voor de duur van het groeiseizoen en de paaltjes zouden niet hoger zijn dan 1.20 meter. Je zou zeggen: dit is een zgn. ‘gebonden beschikking’ dus snel alsnog die vergunning verlenen om de schade te beperken en de opgelegde dwangsom met het verbod om de paaltjes te plaatsen intrekken. Er is immers sprake van een concreet zicht op legalisatie! Wederom fout gedacht….

Overleg met de wethouder leidde tot niets. Wel bleken de gemeentelijke argumenten om de aangevraagde vergunning niet te willen / kunnen verlenen te zijn gestoeld op onjuiste lezing van het bestemmingsplan. Tijdens een nadien gevoerd kort geding tegen de opgelegde dwangsom werd door de gemeentelijk vertegenwoordigster gesteld dat frambozenteelt als sierteelt moest worden beschouwd en om die reden niet paste in het bestemmingsplan. De rechter vond dat argument onjuist. Ook dit oordeel leidde niet tot het alsnog afgeven van de vergunning. Begin mei werd voor een andere locatie eenzelfde (tijdelijke) vergunning aangevraagd voor frambozenteelt. Deze werd binnen 3 weken verleend. Het kan dus wel! Alleen was het leed al geleden. Het groeiseizoen was al twee maanden gaande.

Pas op 16 juli 2019 ontving de fruitteler alsnog de omgevingsvergunning die hij 5 april 2019 had aangevraagd. De aanvraag past ‘bij nader inzien’ in het bestemmingsplan en moet worden vergund. De gemeente bleek in de tussentijd een Erfgoedcommissie om advies te hebben gevraagd. Zinloos tijdverdrijf want deze club heeft geen enkele zeggenschap in het bestemmingsplan. De verleende vergunning komt nu als spreekwoordelijke mosterd na de maaltijd. De frambozenstruiken zullen dit jaar niet meer op het land nabij het fort staan. Er is een brief gestuurd aan B&W waarin ze aansprakelijk wordt gesteld voor de door de fruitteler geleden forse schade. Ook heb ik de fruitteler geadviseerd om binnenkort alvast de vergunning voor 2020 aan te vragen. Je weet maar nooit. Het groeiseizoen wacht immers niet op een gemeentelijke vergunning.

Waldemar van Slagmaat (advocaat)

Wilt u meer informatie ontvangen over dit onderwerp, dan zijn wij u graag van dienst!

SBM Advocaten I Middenburcht 136 I 3452 MR Vleuten (Utrecht)

T: 030-7555383 I E: leidscherijn@sbmadvocaten.nl I W: www.sbmadvocaten.nl

REAGEER OP DIT BERICHT

REACTIE PLAATSEN



© 2016 - VARnws - Alle rechten voorbehouden