Dinsdag 22 oktober 2019

ONDERNEMEND SBM Advocaten adviseert over: Opnemen vakantiedagen en inspanningsverplichting werkgever

VLEUTERWEIDE > Een werknemer heeft met behoud van loon recht op vakantie. Zodoende wordt de werknemer in de gelegenheid gesteld om vrije tijd te hebben, te ontspannen zonder dat hij/zij zich druk hoeft te maken over loon(door)betaling. Dit is (ook) Europeesrechtelijk verankerd, omdat het als zeer belangrijk wordt beschouwd. De jaarlijkse minimumperiode van vakantie mag daarom ook niet door een financiële compensatie worden vervangen. Uitsluitend in geval van beëindiging van het dienstverband is dit toegestaan.

Wel is het Europeesrechtelijk toegestaan om nationaalrechtelijk te bepalen dat vakantiedagen na een bepaalde (redelijke) periode komen te vervallen. Echter, de betreffende werknemer moet dan wel in de gelegenheid zijn gesteld om deze vakantiedagen op te nemen. In Nederland heeft een werknemer die fulltime werkt recht op 20 wettelijke vakantiedagen. Eventuele extra vakantiedagen die een werkgever aan een werknemer toekent, worden bovenwettelijke vakantiedagen genoemd. In ons land is wettelijk geregeld dat (wettelijke) vakantie uren in beginsel 6 maanden na het kalenderjaar waarin deze zijn opgebouwd komen te vervallen. Een werkgever en werknemer kunnen (in de arbeidsovereenkomst) overeenkomen dat voor het vervallen van de wettelijke vakantiedagen een langere periode geldt.

Veel werkgevers zijn er niet mee bekend dat het Hof van Justitie enige tijd geleden, op 6 november 2018, heeft geoordeeld dat een werkgever zich er toe in dient in te spannen dat een werknemer zijn vakantiedagen (tijdig) opneemt. Indien een werkgever dit nalaat, dan vervalt het wettelijk minimum aan vakantiedagen niet, ook al is de contractueel dan wel wettelijk bepaalde vervaltermijn verstreken. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de situatie dat een werkgever een werknemer door de werkdruk niet in staat stelt om verlof te nemen of aan het geval dat een werknemer arbeidsongeschikt is, maar door de werkgever wordt vrijgesteld van verplichtingen tot re-integratie.

Een werkgever dient een werknemer er actief toe aan te sporen dat de vakantie uren worden opgenomen. Indien er discussie ontstaat of een werkgever zich daartoe voldoende heeft ingespannen, dan is het aan de werkgever om aan te tonen dat aan deze verplichting is voldaan. Mocht een werkgever dit niet kunnen bewijzen, dan handelt de werkgever in strijd met de wet. Een werkgever moet dus aan kunnen tonen dat deze dusdanig zorgvuldig heeft gehandeld dat zij een werknemer in staat heeft gesteld om de vakantie uren op te nemen. Wat dient een werkgever in dit kader dan minimaal aan inspanningen te doen? Het valt aan te raden dat een werkgever een werknemer, zowel mondeling als schriftelijk, uit eigener beweging tijdig, en bij voorkeur bij herhaling waarschuwt dat en wanneer (welke) vakantiedagen komen te vervallen en wat de consequenties daarvan zijn. Tot zover in een notendop de materie. Ook de afgelopen zomervakantieperiode hebben wij aangaande dit arbeidsrechtelijke onderdeel tot tevredenheid zowel werknemers als werkgevers geadviseerd.

Christian van der Mark (advocaat)

Wilt u meer informatie ontvangen over dit onderwerp, dan zijn wij u graag van dienst!

SBM Advocaten I Middenburcht 136 I 3452 MR Vleuten (Utrecht)

T: 030-7555383 I E: leidscherijn@sbmadvocaten.nl I W: www.sbmadvocaten.nl

REAGEER OP DIT BERICHT

REACTIE PLAATSEN



© 2016 - VARnws - Alle rechten voorbehouden