Zaterdag 21 september 2019

REGIO Nieuwe bouwregels rond de Vinkeveense Plassen

College legt aangepaste bebouwingscriteria voor aan de gemeenteraad

VINKEVEEN > Hoewel er op dit moment nog (bijna) niets gebouwd mag worden op de legakkers, staan er veel blokhutten en andere bouwsels. In het bestemmingsplan waar nu aan gewerkt wordt, komen nieuwe regels over waar gebouwd mag worden, hoe groot dat dan mag zijn en onder welke voorwaarden. De afgelopen periode zijn verschillende bebouwingsvarianten onderzocht op haalbaarheid. Het college legt nu een haalbare bebouwingsvariant ter besluitvorming voor aan de raad. De verwachting is dat de raad dit voorstel behandelt in de vergadering van 26 september.

Het idee is dat de legakkers beter worden onderhouden als er gebouwd mag worden. En dat draagt bij aan het doel van het bestemmingsplan Plassengebied: de Vinkeveense plassen duurzaam in stand houden als waardevol natuur- en recreatiegebied. Waarbij het typische legakkerlandschap behouden blijft. Dat gaat om een balans tussen het toestaan van bebouwing om de legakkers duurzaam in stand te houden en de kaders die gelden vanuit natuur, landschap, beeld- en waterkwaliteit. Wethouder Schuurs: “Het is bovendien zaak een goed evenwicht te vinden in alle belangen die er zijn. We denken dat we dit met dit voorstel bereiken. Vele belanghebbenden zijn betrokken bij dit proces en hun inbreng is meegewogen."

Na analyse en in overleg met betrokkenen ligt het volgende bebouwingsvoorstel voor aan de raad:

• In zone II mag maximaal 12% van een landdeel van een kadastraal perceel bebouwd worden. De besloten verblijfsruimte mag maximaal 35 m2 zijn. Wel mag er een veranda/overkapping aangebouwd worden. Het totale bouwwerk mag niet groter worden dan 44 m2.

• In zone III mag maximaal 10% van een landdeel van een kadastraal perceel bebouwd worden. De besloten verblijfsruimte mag maximaal 30 m2 zijn. Wel mag er een veranda/overkapping aangebouwd worden. Het totale bouwwerk mag niet groter worden dan 37,50 m2.

Verschillende bebouwingsvarianten zijn nader onderzocht op hun effecten op het gebied. Kort gezegd: meer bebouwing toestaan, betekent een minder grote opgave voor handhaving, maar een grotere compensatie voor natuur en landschap. De vraag is vervolgens waar de voorkeur naar uit gaat. Dit is tijdens een bijeenkomst besproken met gebruikers, bewoners, belangenorganisaties, ondernemers en raadsleden. Daaruit bleek dat de meeste betrokkenen liever compenseren met natuur dan fors inzetten op handhaven, dat gemeente en legakkereigenaren samen verantwoordelijk zijn voor natuurcompensatie en dat bebouwingsmogelijkheden zo ruim mogelijk zijn ook al betekent dat een grotere natuurcompensatie.

Uit een vervolganalyse bleek vervolgens dat een bebouwingspercentage van 12% het maximaal haalbare is. Bij hogere bebouwingspercentages wordt de verplichte natuurcompensatie te duur en past niet in het plangebied. Bovendien tast bebouwingpercentage de identiteit Plassengebied aan en past niet in provinciaal beleid. Tot slot is bij een hoger bebouwingspercentage te weinig ruimte voor parkeren.

REAGEER OP DIT BERICHT

REACTIE PLAATSEN



© 2016 - VARnws - Alle rechten voorbehouden