
Marktconcert op het Bätz-orgel te Breukelen door Ad van Pelt, organist van het Johann Heinrich Hartmann Bätz-orgel (1768) in Woerden
Lezersnieuws IngezondenBREUKELEN > Het orgel, ooit begonnen als rijtje houten fluiten met elk een eigen luchtvoorziening, was in de zeventiende eeuw uitgegroeid tot een ingewikkeld apparaat dat allerlei andere instrumenten kon imiteren. Zo ook het kleine Bätz-orgel (1787) van de Pieterskerk te Breukelen. Ad van Pelt, organist van het grote Bätz-orgel (1768) in Woerden, illustreert dit treffend in de Sinfonia waarmee het concert begint. Deze Sinfonia is het eerste deel van een rouw-cantate van Johann Sebastian Bach; in de oorsponkelijke versie spelen er twee blokfluiten, twee gamba’s en is er een begeleidende baspartij. Het kleine Bätz-orgel vervangt nu die instrumenten: de zeer introverte muziek van de Sinfonia komt er prachtig op uit. Dan volgen er drie korte liederen: eerst voor de Heilige Geest als bron van alle goeds; daarna een lied dat op een feestelijk melodie hulp vraagt bij het zingen en tot slot het geliefde “Wachet auf, ruft uns die Stimme”, met de melodie op de ‘Trompet’. Nu een kort en luchtig twee-stemmig muziekje; ‘gayement et gratieusement’ ’vrolijk en sierlijk’ van de Franse musicus Louis-Nicolas Clérambault, 350 jaar geleden geboren, en, evenals J.S. Bach, een muzikale alleskunner. Madame de Maintenon, de geliefde van Zonnekoning Lodewijk 14, woonde in Saint-Cyr, en daar had hij Clérambault aangesteld als organist.Even terug naar Bach, voor het derde deel van diens Vioolsonate in G (BWV 1019): in dat deel heeft de violist rust en kan hij dus, als alle luisteraars, meegenieten van het ‘Allegro in e’, nu gespeeld op het orgel.Midden in de 18e eeuw komt er een nieuwe generatie op, met ‘nieuwe muziek’: veel emotie, gevoelens, uitgedrukt in allerhande versieringen. Gottfried August Homilius is één van de vernieuwers. Van hem klinkt er een koraalbewerking in die “Empfindsamer-Stil”: ‘Straf mich nicht in deinem Zorn’, tekst gebaseerd op psalm 6. Het is een smeekbede om genade. Die bede wordt meer dan verhoord: ook de vijanden zijn weggeslopen, beschaamd. De melodie klinkt in de middenstem.Tot slotte drie delen uit “Dix-huit pièces 18 stukken pour l’orgue ou piano-forte” (1798) van Christian Friedrich Ruppe.
Tot slot drie delen uit “Dix-huit pièces [18 stukken] pour l’orgue ou piano-forte” (1798) van Christian Friedrich Ruppe, een Nederlandse musicus van Duitse komaf. Hij schreef plezierige, goed te volgen muziek, en was ook maatschappelijk betrokken. Hij kwam, nog geen twintig jaar oud, naar Leiden om er te studeren (o.a. wiskunde). Waarschijnlijk was hij toen al musicus: zijn muziek maakte van hem tot een Bekende Nederlander.
Vrijdag 10 juli 2026, 12.45 - 13.15 uur, Pieterskerk Breukelen, Straatweg 59, toegang vrij, collecte





























